Overslaan en naar de inhoud gaan

Viola d'amore

Oktober 2024

Viola d'amore

Viola d'amore, Johann Rauch, Tsjechië, 1742, inv. 1391-01

Viola d'amore, Johann Rauch, Tsjechië, 1742, inv. 1391-01

Viola d'amore (zijkant)

Viola d'amore, Johann Rauch, Tsjechië, 1742, inv. 1391-01

Viola d'amore, Johann Rauch, Tsjechië, 1742, inv. 1391-01

Viola d'amore (liggend)

Viola d'amore, Johann Rauch, Tsjechië, 1742, inv. 1391-01

Viola d'amore, Johann Rauch, Tsjechië, 1742, inv. 1391-01

Viola d'amore (schroevenkast)

Viola d'amore, Johann Rauch, Tsjechië, 1742, inv. 1391-01

Viola d'amore, Johann Rauch, Tsjechië, 1742, inv. 1391-01

Viola d'amore (gebeeldhouwd hoofdje)

Viola d'amore, Johann Rauch, Tsjechië, 1742, inv. 1391-01

Viola d'amore, Johann Rauch, Tsjechië, 1742, inv. 1391-01

Viola d'amore (kam)

Viola d'amore, Johann Rauch, Tsjechië, 1742, inv. 1391-01

Viola d'amore, Johann Rauch, Tsjechië, 1742, inv. 1391-01

Introductie van de viola d’amore

De viola d’amore is een strijkinstrument dat zijn bloeiperiode kende in de achttiende eeuw. Morfologisch combineert het instrument kenmerken van de viola da gamba en de vioolfamilie, maar het bezit ook enkele eigen kenmerken.

Net als de viola da gamba heeft de viola d’amore een vrij diepe klankkast met afhangende schouders. Bovenop de hals bevindt zich meestal een gebeeldhouwd hoofdje in plaats van een krul. Het instrument heeft zes of zeven melodiesnaren, vergelijkbaar met de viola da gamba. Wat de speelwijze betreft, sluit het aan bij de viool en altviool: het wordt op de schouder gehouden en heeft geen frets. Wat de viola d’amore tenslotte onderscheidt van andere instrumenten uit de viola da gamba- en vioolfamilie, zijn de klankgaten die vaak vlamvormig zijn, en de resonantiesnaren. Deze lopen onder de melodiesnaren en trillen mee wanneer de muzikant de melodiesnaren strijkt. De plaats van deze resonantiesnaren verschilt per instrument. Bij deze viola d’amore lopen ze langs de achterkant van de schroevenkast, onder de toets, door de kam en zijn ze met pinnen aan de onderkant van de klankkast bevestigd.

Geschiedenis en gebruik van Rauchs viola d’amore

Na het succes van de viola d’amore in de achttiende eeuw raakte het instrument in vergetelheid, maar een paar musici bleven het spelen en het repertoire onderhouden. Deze viola d’amore (inv.nr. 1391.01) werd in 1742 gebouwd door Johann Rauch (c.1690–c.1760), een bouwer uit Chomutov in Bohemen. In de negentiende eeuw werd het instrument eigendom van Karl of Carli Zoeller (1840–1889), een violist die in Berlijn werd opgeleid en in Londen werkte. Hij dirigeerde de muziekafdeling van het 2nd Life Guards Regiment in Londen en schreef een methode voor de viola d’amore.

Na haar verwerving door het Conservatorium rond 1888 bleef Rauchs viola d’amore bijdragen aan het onderzoek naar oude muziek. Emile Agniez (1859–1909) speelde er zelfs op tijdens de Wereldtentoonstelling van Brussel in 1888. Tegenwoordig worden de instrumenten in het museum niet meer in speelconditie gehouden, maar Rauchs viola d’amore wordt regelmatig nagemaakt en blijft zo, indirect, haar stem laten horen.

Tekst: Anne-Emmanuelle Ceulemans

Bibliografie

  • Carli Zoeller, New Method for the Viole d’Amour (the Love Viol), its Origin and History, and Art of Playing it, Londen, J.R. Lafleur & Son, 1885, toegankelijk op https://doi.org/10.25624/kuenste-1987.
  • Victor-Charles Mahillon, Catalogue descriptif et analytique du Musée instrumental de Bruxelles, vol. 3, Gand, Ad. Hoste, 1900, p. 38.
  • Malou Haine, ‘Concerts historiques dans la seconde moitié du 19e siècle’, in Musique et société : Hommages à Robert Wangermée,  Bruxelles, Les Éditions de l’Université de Bruxelles, 1988, p. 121-142.
  • Peter Holman, ‘Performed upon the Original Instruments for which it was Written’: the Viola da Gamba and the Early Music Revival’, in Life After Death: The Viola Da Gamba in Britain from Purcell to Dolmetsch, Woodbridge, Boydell & Brewer, 2010, p. 302-336.