Overslaan en naar de inhoud gaan

Serpent

December 2025

Serpent, Georges-Antoine Baudouin, Parijs, 1809-1827
Serpent, Georges-Antoine Baudouin, Parijs, 1809-1827, inv. 2447

De serpent: een bijzonder blaasinstrument

De serpent is een blaasinstrument met een mondstuk en voorzien van vingergaten. Hoewel het serpent van hout is gemaakt (meestal omwonden met leer), behoort het toch tot de familie van de koperblazers, omdat de tonen ontstaan door de trilling van de lippen in het mondstuk, net zoals bij de trompet. De benaming 'serpent' verwijst naar de S-vorm van de buis. Het instrument wordt beschouwd als de bas van de cornettofamilie, maar in tegenstelling tot deze laatste is de boring groter, zijn de wanden proportioneel dunner en heeft het serpent geen duimgat. Het mondstuk, vaak van ivoor of hoorn, bevindt zich aan het uiteinde van een metalen bokaal. Met de zes vingergaten kan de speler alle chromatische tonen van het instrument bespelen.

Oorsprong en geschiedenis

De oorsprong van het serpent is onduidelijk, hoewel veel musicologen het eerder in Italië situeren. Hoe dan ook, het instrument kende zijn glorietijd in Franse kerken vanaf het begin van de 17e eeuw, waar het het gregoriaans gezang begeleidde. In de 18e eeuw werd het serpent ook gebruikt in militaire muziekkapellen. Om het instrument beter hanteerbaar te maken, kreeg het een compactere vorm. Er bestonden verschillende regionale varianten; op een bepaald moment werden zelfs rechte exemplaren gemaakt die op een fagot leken, waardoor het ook wel 'Russische fagot' werd genoemd. Kort daarna werden kleppen toegevoegd, zodat spelers ook de verder gelegen tonen konden bereiken. Zo werd de weg naar de ophicleïde geopend.

Het serpent werd niet alleen in Frankrijk bespeeld, maar ook in België, Duitsland en Engeland. In Engeland kwam het instrument, naast zijn liturgische en militaire toepassingen, ook vaak voor in theatermuziek.

In de 19e eeuw duikt het serpent nog op, maar meestal in een minder positieve context. Hector Berlioz, die het instrument wel degelijk in zijn orkest gebruikte, was een van de scherpste critici: "Zijn barbaars timbre zou veel beter passen bij de wrede cultus van de druïden dan bij het katholicisme." Hij voegde eraan toe: "Alleen bij het gebruik tijdens het verschrikkelijke Dies Irae, om de zangstem te verdubbelen, kan het geaccepteerd worden. Zijn koude en gruwelijke gehuil is daar passend." Het is duidelijk dat de waardering voor het serpent in die tijd sterk was gedaald, ten voordele van de ophicleïde, die het serpent uiteindelijk van het podium verdrong.

Hedendaagse herontdekking

De herontdekking van het serpent, gestart in de jaren 1970, werpt vandaag zijn vruchten af. Het instrument maakte een opmerkelijke comeback in ensembles en orkesten die op historische instrumenten spelen. Aan het Conservatoire national de musique in Parijs wordt nu een opleiding voor serpent aangeboden. Zo kunnen muzikanten en publiek alle nuances van het instrument opnieuw ervaren. Michel Godard gebruikt het serpent met succes in jazz en improvisatie, wat bewijst dat het instrument veelzijdiger is dan vaak wordt gedacht.

Ook instrumentenbouwers herontdekken het serpent en produceren hoogwaardige exemplaren, zowel volgens traditionele methoden als met moderne materialen, zoals koolstofvezel.

Het serpent van het MIM

Onder de serpenten in het MIM bevindt zich een exemplaar van C. Baudouin, bouwer in Parijs aan het begin van de 19e eeuw. Uitzonderlijk draagt dit instrument de naam van de bouwer; de meeste serpenten zijn anoniem. Daarnaast is er een serpent met kleppen, mogelijk afkomstig uit een natuurhistorisch museum, gebouwd door de Duitse bouwer Ludwig Embach, gevestigd in Amsterdam.

Een bezoek aan het MIM is niet compleet zonder het zien van de serpentenluchter: rond een schellenboom zijn tien (oorspronkelijk twaalf) serpenten gemonteerd, waarvan de mondstukken ooit werden vervangen door kaarsen. Deze vreemde en creatieve manier van recyclen werd uitgevoerd door de Harmonie van Puurs, nadat de instrumenten in onbruik waren geraakt.

Tekst: Géry Dumoulin