Overslaan en naar de inhoud gaan

Ondes martenot

Maart 2026

Fig.1

Ondes Martenot, modèle no. 1, Philharmonie de Paris - Musée de la musique, Fonds Martenot

Ondes Martenot, modèle no. 1, Philharmonie de Paris - Musée de la musique, Fonds Martenot, E_2019_9_1_6_1_82_P0001

Fig.2

Ondes Martenot, modèle no. 5, Maurice Martenot, Neuilly-sur-Seine, 1939

Ondes Martenot, modèle no. 5, Maurice Martenot, Neuilly-sur-Seine, 1939, inv. JT0179

Fig.3

De 'palme' maakt gebruik van stembare resonantiesnaren

De 'palme' maakt gebruik van stembare resonantiesnaren, © Jean-Marc Anglès

Fig.4

Ondes Martenot, Maurice Martenot, Neuilly-sur-Seine, 1936

Ondes Martenot, Maurice Martenot, Neuilly-sur-Seine, 1936, inv. 3871

Ontstaan en werkingsprincipe

De ondes Martenot is een elektronisch instrument, wat betekent dat de klank op elektronische wijze wordt opgewekt. Bij de ondes Martenot gebeurt dit met behulp van oscillatoren. Voor het genereren van de klank maakte Maurice Martenot gebruik van het heterodyne-principe. Dit principe combineert twee hoogfrequente trillingen om nieuwe frequenties te produceren die overeenkomen met de som en het verschil van de oorspronkelijke frequenties. De som van beide frequenties is niet hoorbaar, maar het verschil wél.

De ondes Martenot maakte zijn debuut op 3 mei 1928 in de Opéra de Paris. Na optredens in Parijs en Amsterdam presenteerde Maurice Martenot zijn nieuwe instrument op 30 en 31 mei in Brussel. Tijdens die eerste concerten gebruikte hij een prototype (fig.1) dat visueel weinig gemeen had met de latere versie van het instrument (fig.2), maar het basisprincipe bleef onveranderd: een koperen draad die met de rechterhand wordt verschoven bepaalt de toonhoogte, terwijl de linkerhand via knoppen het timbre wijzigt.

Vanaf circa 1930 vond een belangrijke verandering in de speelwijze plaats: de muzikant speelde niet langer staand achter een pupiter, maar zittend aan een klavier dat ook als zelfstandig speelmechanisme kon functioneren (vanaf modèle nr. 4). Martenots grote aandacht voor klankweergave leidde in de jaren 1930 en 1940 tot de ontwikkeling van eigen luidsprekers, waaronder de beroemde ‘palme’ (fig.3).

Repertoirevorming en erkenning

In de beginperiode demonstreerde Martenot de mogelijkheden van zijn instrument vooral met bewerkingen van klassieke werken. De ontvangst was enthousiast, zowel bij technici, musici en componisten als bij het grote publiek.

Om de stap te zetten van technische curiositeit naar een geaccepteerd muziekinstrument was echter een eigen repertoire nodig. Waar dat voor veel uitvindingen een struikelblok bleek, vormde het voor de ondes Martenot minder een probleem: tussen 1928 en 1939 werden 34 composities voor het instrument geschreven, uitsluitend door Franse componisten.

De vernieuwende klankmogelijkheden trokken ook filmcomponisten aan, met opvallende toepassingen in onder meer L’Idée van Barthold Bartosch (1932) en Liliom van Fritz Lang (1934). Na de Tweede Wereldoorlog brak de ondes Martenot definitief door als volwaardig muziekinstrument, zowel in de kunstmuziek als in film- en popmuziek. In het populaire circuit valt de belangstelling van Jacques Brel op, en later die van Jonny Greenwood, die het instrument niet alleen regelmatig inzet bij Radiohead, maar het ook integreert in zijn klassieke composities.

De ondes Martenot in het MIM

Het MIM bezit twee ondes Martenots, geregistreerd onder de inventarisnummers 3871 en JT0179.

De eerste ondes Martenot (3871) werd in 1936 gekocht door ingenieur Robert Haerens en in 1964 aan het museum geschonken door zijn dochter, na het overlijden van haar moeder, de kunstenares Louisa Robelius. In de archieven van Maurice Martenot staat het instrument beschreven als een modèle spécial adaptable au piano (fig.4).

Het tweede instrument was eigendom van burgerlijk ingenieur Henri Féron, die het in 1939 aankocht (fig.2). Dit exemplaar is een modèle 1937, ook bekend als modèle nr. 5. Dit type instrument werd ontwikkeld met steun van de Franse overheid naar aanleiding van de Exposition internationale des Arts et Techniques dans la Vie moderne (Paris, 1937).

Tekst: Wim Verhulst