Overslaan en naar de inhoud gaan

Jarana

Januari 2026

Fig.2

Jarana

Jarana, Mexico, vóór 1972, inv. 1972.045

Fig.3

Jarana profiel

Jarana, Mexico, vóór 1972, inv. 1972.045

Fig.1

Normal Jarana

Traditionele jarana ©Center for World Music

Het mysterie van de Lacandón jarana

Tijdens onderzoek voor een lopend project, realiseerden wij ons dat een van onze snaarinstrumenten een aantal unieke kenmerken heeft. Het instrument dat wij ‘jarana’ hebben genoemd sinds het in ons bezit is gekomen in 1972 beschikt over geen van de eigenschappen van dat instrument. Gebruikelijk beschikt een jarana over een hals, schroevenstuk, en klankkast die uit een massief blok hout gesneden zijn (afb.1). De jarana komt uit Veracruz, Mexico en is afgeleid van de barokgitaren die Spaanse kolonisten meebrachten. Deze barokgitaren raakten door de hoge luchtvochtigheid vaak vervormd of beschadigd, wat leidde tot de ontwikkeling van instrumenten die uit een massief blok hout werden vervaardigd.

De jarana in de collectie van het MIM daarentegen heeft een klankkast gemaakt van een kalebas, met een rechthoekig klankgat bij de kam (afb.2 en 3). De hals loopt door de kalebas heen en steekt aan de onderzijde uit. Op de hals zit een toets die ongeveer een derde van de totale lengte van de hals beslaat. Deze korte toets heeft slechts drie frets, gemaakt van touw. De kam is vastgebonden aan de uitstekende onderkant van de hals met hetzelfde touw als waar de frets mee zijn gemaakt. De kam en frets zijn niet recht, wat een gevolg kan zijn van de vermoedelijke leeftijd van het instrument, schade tijdens transport of minder zorgvuldig vakmanschap. Het instrument heeft vijf nylon snaren (die al dan niet origineel zijn) en wordt gestemd met schroeven.

Kalebas instrumenten in Afrika, Noord- en Zuid-Amerika

Instrumenten die vervaardigd zijn van kalebassen worden al millennia gebruikt. In Afrika werden (en worden nog steeds) instrumenten als de kora, ekonting, imzad, ruudga en banjar gemaakt met een kalebas als klankkast. Bij deze instrumenten wordt de kalebas opengesneden en een dierenhuid over het gat gespannen. De gespannen huid versterkt de trillingen van de snaren en daarmee het volume.

In Zuid-Amerika waren prekoloniale snaarinstrumenten beperkt tot de muziekboog, maar kalebassen werden wel gebruikt voor shakers en ratels. Snaarinstrumenten met een kalebas als klankkast werden geïntroduceerd in de Nieuwe Wereld door tot slaaf gemaakte mensen. De banjar bijvoorbeeld, werd populair in Noord-Amerika en is uiteindelijk geëvolueerd tot de moderne banjo. Ook in Zuid-Amerika werden kalebas snaarinstrumenten bespeeld. Bronnen duiden aan dat in San Salvador een instrument genaamd ‘banza’ werd bespeeld door Gregório de Mattos, die in 1696 stierf. Alhoewel de banza een dierenhuid gebruikt om snaartrillingen te versterken, vertoont het instrument een soortgelijke constructie als de jarana, aangezien ook hier de hals door de kalebas is gezet en uitsteekt aan de onderzijde.

De Lacandón

Het MIM weet relatief weinig over onze ‘jarana’. De enige feiten die we hebben is dat het instrument in 1972 is aangekocht, dat het de naam ‘jarana’ heeft gekregen en dat het gemaakt is door leden van de Lacandón-gemeenschap in Chiapas, Mexico. De Lacandón, een groep bestaande uit ongeveer zeshonderd mensen, stammen af van Maya’s die het Lacandónwoud ingevlucht zijn om te ontsnappen aan de conquistadores. Dankzij hun afzondering bleven zij grotendeels gespaard van de meest ingrijpende gevolgen van de kolonisatie. Hoewel ze niet totaal geïsoleerd leefden, nam het contact met de buitenwereld pas toe in de vroege twintigste eeuw. Muziek is een belangrijk onderdeel van de religie van de Lacandón. Hun muziek is grotendeels vocaal, alhoewel shakers en ratels gemaakt van kalebassen ook worden gebruikt. Van oudsher maken de Lacandón echter geen gebruik van snaarinstrumenten, en ook in hedendaagse beschrijvingen wordt geen melding gemaakt van dergelijke instrumenten. Dit maakt de geschiedenis van de ‘Lacandón jarana’ des te verwarrender.

Onze Jarana

Het toenemende contact met de buitenwereld in het begin van de twintigste eeuw leidde ook tot een groeiende behoefte aan geld binnen de Lacandón-gemeenschap. Van de ongeveer zeshonderd Lacandón reist ieder jaar naar schatting tien procent naar nabije steden en dorpen om souvenirs te verkopen. Veel van deze voorwerpen bestaan uit replica’s van jachtbogen en religieuze objecten. Het is mogelijk dat een van deze Lacandón verkopers ooit een jarana heeft bemachtigd en deze heeft nagemaakt voor persoonlijk gebruik, of met het doel hem te verkopen.

De verkooptheorie wordt ondersteund door het feit dat de Lacandón kano’s kunnen vervaardigen uit een enkele boomstam. Dat wijst erop dat de Lacandón over de technische vaardigheden beschikken om een jarana te kunnen maken. Andere artefacten van de Lacandón wijzen ook op degelijk vakmanschap. De ogenschijnlijk lage kwaliteit van de Lacandón jarana zou er op kunnen wijzen dat het instrument niet bedoeld was om bespeeld te worden. Hoewel het archiefmateriaal er duidelijk op wijst dat de Lacandón het instrument hebben geproduceerd, is het mogelijk dat deze informatie niet volledig is, of zelfs onjuist. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat de jarana is gekocht bij het Lacandón woud, maar niet gemaakt is door een lid van de Lacandón gemeenschap.

Uiteraard is dit grotendeels speculatie, en sommige kennis zal altijd verborgen blijven. Helaas is dat een realiteit waar ieder museum onvermijdelijk mee te maken heeft. Echter, met meer onderzoek, is het misschien mogelijk om een beter beeld te krijgen van de geschiedenis van de Lacandón jarana.

Bibliografie