Overslaan en naar de inhoud gaan

Fonograaf met cylinder

Fig.1

Fonograaf Edison Opera

Fonograaf Edison Opera, type SM, model A, Thomas A. Edison, Verenigde Staten, 1912, inv. 4279

Fig.2

Foto van T. Edison en zijn fonograaf in 1878

Foto van T. Edison en zijn fonograaf, Levin Handy, 1878, Washington D.C., © M.B. Brady

Fig.3

Charles Batchelor, assistent van Thomas Edison, die zijn eigen stem opneemt

Charles Batchelor, assistent van Thomas Edison, die zijn eigen stem opneemt, 1878, © The Daily Graphic

Fig.4

Amberol blue cilinders

Amberol blue cilinders

Op 19 december 1877 vroeg de Amerikaanse uitvinder Thomas Edison een octrooi voor de 'fonograaf', een apparaat waarmee 2 minuten geluid kan worden opgenomen en afgespeeld op een blikken cilinder. Een slinger brengt een cilinder bedekt met aluminiumfolie in beweging. Je moet dan spreken in een kegel waar aan het uiteinde een dikke naald of stylus bevestigd is. De samengeperste lucht in de buis brengt deze stylus aan het trillen, waardoor er groeven in de aluminiumfolie worden getrokken. Om de opname te beluisteren, wordt het proces omgekeerd en de stem die een paar minuten eerder werd opgenomen, weerklinkt opnieuw.

Deze uitvinding was zo eigenaardig, vreemd en onverwacht, dat zij aanvankelijk op algemeen ongeloof stootte. Edison werd versleten voor tovenaar! Toen in Engeland de eerste uit Amerika ingevoerde grammofoon werd voorgesteld, wilde bisschop John H. Vincent het apparaat op de proef stellen omdat hij bedrog vermoedde. Hij somde daartoe in hoog tempo een aantal eigennamen uit de Bijbel op, voor de recorder. De machine herhaalde ze vervolgens correct en de man kon niet anders dan zijn misvatting toegeven: ‘Alleen ik in het hele land kan deze namen zo snel opzeggen!’

Aanvankelijk werd de machine vooral gebruikt om stemmen op te nemen voor educatieve doeleinden (lessen, boeken, enz.), voor amusement (sprekend speelgoed), reclame of openbare aankondigingen. De mogelijkheid van muzikale weergave werd slechts terloops overwogen.

Het moet gezegd dat in die tijd het hebben van een machine thuis die ‘opgenomen’ muziek zou kunnen afspelen een gek idee was. Bovendien veroorzaakte het gebruik van tin veel metaalachtige bijgeluiden als gevolg van het wrijven van de naald en de slijtage ervan, waardoor er vaak slechts één keer kon worden geluisterd. In 1887 nam Edison het idee van concurrenten over door tin te vervangen door was, wat veel beter werkte.

De fonograaf met wassen cilinder werd populair, ook al was zijn rol als muziekweergever nog van secundair belang, zoals blijkt uit de verkoopcatalogus van een Parijs huis aan het eind van de 19e eeuw: ‘Wij leven niet meer in de tijd dat de fonograaf als een wetenschappelijke grap wordt beschouwd. Niemand twijfelt er vandaag aan dat spraak kan worden opgenomen, dat er eindeloos opnieuw naar geluisterd kan worden én dat het naar believen kan worden gereproduceerd, wat allemaal mogelijk wordt door de fonograaf. […] De 'Tovenaar van Menlo Park', zoals hij in Amerika werd genoemd (naar de plaats van Edisons laboratoria in New Jersey), verbeterde zijn uitvinding zodat ze niet langer een curiositeit was, maar een aangenaam apparaat dat een duidelijke plaats in de huiskamer kon hebben.

Dit doet niets af aan de spottende toon van sommigen, zoals Paul Morand in zijn boek uit 1900: ‘De fonograaf! Eindelijk! De nieuwste triomf van de wetenschap - een eenvoudige rol en Coquelin (een beroemde acteur op het Parijse toneel) declameert een monoloog in je slaapkamer. Larynx en stembanden van was. Thorax van nikkel... Iedereen kent nu deze fantastische machine die spreekt, zingt, lacht en huilt, deze machine die in staat is de blijde kreten van de baby en de woorden van de grootvader die voor altijd slaapt, voor eeuwig te bewaren’.

Uiteindelijk kreeg de muziek ook vat op het apparaat en in een mum van tijd nam de fonograafindustrie een hoge vlucht, rond de eeuwwisseling was dat. Bedrijven schoten als paddenstoelen uit de grond en verspreidden een divers repertoire. Door de ontwikkeling van het procedé van cilindergieten konden maatschappijen tijd en budget vrijmaken om het opgenomen repertoire uit te breiden. Zo vergrootten zij hun potentiële publiek, dat in hoofdzaak bestond uit de middenklasse, op zoek naar nieuwe culturele praktijken.

Het model ‘Opera’ van Edison markeerde de hoogdagen van de cilinderfonografen. Deze luxe fonograaf, die van 1911 tot 1913 werd geproduceerd, was speciaal ontworpen om optimaal gebruik te kunnen maken van Edisons robuustere Blue Amberol cilinders van celluloid, die tot 4 minuten en 45 seconden konden spelen. De geluidskwaliteit van de Edison Opera was uitstekend, niet in het minst omdat hij een nieuw systeem had waarbij de cilinders onder de naald bewogen in plaats van andersom. In tegenstelling tot wat gebruikelijk was, was het de cilinder die tijdens afspelen voorwaarts beweegt terwijl hij om zichzelf draait [video]. Dankzij deze complexe technische prestatie kon de hoorn veel groter zijn dan bij de meeste andere instrumenten. Van de Edison Opera werd gezegd dat hij waarschijnlijk het beste geluid had van alle toen op de markt verkrijgbare instrumenten, zowel met cilinders als met grammofoonplaten. Hij was in staat voldoende volume te produceren om een gemiddelde concertzaal uit die tijd te vullen, vandaar de naam. Dit model had ook een automatische stop die kon worden ingesteld op de laatste groef van een cilinder, waardoor de machine dus vanzelf stopt. De zwaar uitgevoerde veermotor kan tot een dozijn cilinders per winding laten spelen. In 1913 werd de Opera omgedoopt tot de Edison Concert Phonograph.

Ondanks de onbetwistbare geluidskwaliteit van de fonograaf grepen consumenten steeds minder naar cilinders en gaven zij de voorkeur aan de platte schijven van de grammofoons, die gemakkelijker op te bergen en minder kwetsbaar waren. Veel fabrikanten van cilinderfonografen gingen failliet en Thomas Edison bleef tegen alle verwachtingen in de laatste verdediger van zijn uitvinding. Hij stopte zelf uiteindelijk in 1929 met de productie van cilinderfonografen.

Tekst: Matthieu Thonon