Overslaan en naar de inhoud gaan

Fonograaf met cylinder

Juni 2022

Fig.1

Thomas Edison en zijn fonograaf, Levin Handy,, Washington D.C., 1878

Thomas Edison en zijn fonograaf, Levin Handy,, Washington D.C., 1878 (© M.B. Brady)

Fig.2

Charles Batchelor, assistent van Thomas Edison, die zijn eigen stem opneemt

Charles Batchelor, assistent van Thomas Edison, die zijn eigen stem opneemt (© The Daily Graphic)

Fig.3

Fonograaf Edison Opera, type SM, model A.

Fonograaf Edison Opera, type SM, model A., inv. 4279

Fig.4

Amberol blue cilinders

Amberol blue cilinders

De uitvinding van de fonograaf

Op 19 december 1877 vroeg de Amerikaanse uitvinder Thomas Edison een octrooi aan voor de 'fonograaf', een apparaat waarmee twee minuten geluid kon worden opgenomen en afgespeeld op een blikken cilinder. Een slinger bracht een cilinder, bedekt met aluminiumfolie, in beweging. Je moest dan spreken in een kegel waar aan het uiteinde een dikke naald of stylus bevestigd was. De samengeperste lucht in de buis bracht deze stylus aan het trillen, waardoor er groeven in de aluminiumfolie werden getrokken. Om de opname te beluisteren werd het proces omgekeerd en weerklonk de stem die enkele minuten eerder was opgenomen opnieuw.

Deze uitvinding was zo eigenaardig, vreemd en onverwacht dat ze aanvankelijk op algemeen ongeloof stuitte. Edison werd versleten voor tovenaar! Toen in Engeland de eerste uit Amerika ingevoerde fonograaf werd voorgesteld, wilde bisschop John H. Vincent het apparaat op de proef stellen omdat hij bedrog vermoedde. Hij somde daartoe in hoog tempo een aantal eigennamen uit de Bijbel op voor de recorder. De machine herhaalde ze vervolgens correct en de man kon niet anders dan zijn misvatting toegeven: ‘Alleen ik in het hele land kan deze namen zo snel opzeggen!’

Een aanvankelijk pedagogisch en commercieel gebruik

Aanvankelijk werd de machine vooral gebruikt om stemmen op te nemen voor educatieve doeleinden (lessen, boeken, enzovoorts), voor amusement (sprekend speelgoed), reclame of openbare aankondigingen. De mogelijkheid van muzikale weergave werd slechts terloops overwogen.

Het moet gezegd worden dat het in die tijd onvoorstelbaar was om thuis een apparaat te hebben dat ‘opgenomen’ muziek kon afspelen. Bovendien veroorzaakte het gebruik van tin veel metaalachtige bijgeluiden door de wrijving van de naald en de slijtage ervan, waardoor men vaak slechts één keer kon luisteren. In 1887 nam Edison het idee van concurrenten over door tin te vervangen door was, wat veel beter werkte.

De fonograaf komt in huis

De fonograaf met wascilinder werd populair, ook al bleef zijn rol als muziekdrager aanvankelijk beperkt, zoals blijkt uit de verkoopcatalogus van een Parijse winkel aan het eind van de 19e eeuw:
“Wij leven niet meer in de tijd dat de fonograaf als een wetenschappelijke grap werd beschouwd. Niemand twijfelt er tegenwoordig nog aan dat spraak kan worden opgeslagen, eindeloos herhaald en naar believen afgespeeld – allemaal mogelijk dankzij de fonograaf. […] De ‘Tovenaar van Menlo Park’, zoals Edison in Amerika werd genoemd (naar de locatie van zijn laboratoria in New Jersey), verbeterde zijn uitvinding zo dat de fonograaf geen curiositeit meer was, maar een aangenaam apparaat met een vaste plaats in de huiskamer.”

Toch bleef er spot, zoals bij Paul Morand in zijn boek 1900:
“De fonograaf! Eindelijk! De laatste triomf van de wetenschap – een eenvoudige rol en Coquelin (een beroemde Parijse acteur) declameert een monoloog in je slaapkamer. Stembanden van was. Borstkast van nikkel... Iedereen kent deze fantastische machine die spreekt, zingt, lacht en huilt, die in staat is de vrolijke kreten van een baby en de woorden van een grootvader die voor altijd inslaapt, voor eeuwig te bewaren.”

Hoe dan ook, kreeg de muziek toch vat op het apparaat en rond de eeuwwisseling kende de fonograafindustrie een enorme groei. Bedrijven schoten overal uit de grond en verspreidden een gevarieerd repertoire. Dankzij het gietproces voor cilinders konden producenten meer tijd en budget vrijmaken om het opgenomen repertoire uit te breiden. Zo vergrootten zij hun potentiële publiek, vooral de middenklasse die op zoek was naar nieuwe culturele ervaringen.

Het hoogtepunt en de ondergang van de cilinders

Het model Opera van Edison markeerde het hoogtepunt van de cilinderfonografen. Deze luxe fonograaf, geproduceerd van 1911 tot 1913, was speciaal ontworpen om optimaal gebruik te maken van Edisons robuuste Blue Amberol-cilinders van gehard celluloid, die tot 4 minuten en 45 seconden konden afspelen. De geluidskwaliteit van de Edison Opera was uitstekend, mede dankzij een nieuw systeem waarbij de cilinders onder de naald bewogen in plaats van andersom. In tegenstelling tot wat gebruikelijk was, bleven de leeskop en de klankhoorn vaststaan, en draaide de cilinder om zichzelf terwijl hij vooruit bewoog [video]. Dankzij deze technische prestatie kon de klankhoorn veel groter zijn dan bij de meeste andere apparaten. Van de Edison Opera werd gezegd dat hij waarschijnlijk het beste geluid leverde van alle toen beschikbare apparaten, cilinders en grammofoons inbegrepen. Hij kon een gemiddelde concertzaal van die tijd vullen met geluid, vandaar de naam. Dit model had ook een automatische stop die kon worden ingesteld op de laatste groef van een cilinder, waardoor de machine vanzelf stopte. De robuuste veermotor kon tot twaalf cilinders per opwinding afspelen. In 1913 werd de Opera omgedoopt tot Edison Concert Phonograph.

Toch kozen consumenten steeds minder voor cilinders en gaven zij de voorkeur aan platte platen van grammofoons, die makkelijker op te bergen en minder kwetsbaar waren. Veel fabrikanten van cilinderfonografen gingen failliet en Thomas Edison bleef als laatste verdediger van zijn uitvinding – tot hij in 1929 definitief stopte met de productie van cilinderfonografen.

Tekst: Matthieu Thonon