Overslaan en naar de inhoud gaan

Het zingen van de Italiaanse cello in de 18e eeuw

De evolutie van de cello in Italië

Italië wordt vaak beschouwd als de geboorteplaats van de cello: al vanaf het begin van de 16e eeuw vinden we er de eerste sporen van de vioolfamilie. Steden als Milaan, Mantua, Ferrara en Venetië speelden een belangrijke rol in de ontwikkeling van deze instrumenten. Aanvankelijk maakte de cello deel uit van ensembles van drie tot zes strijkinstrumenten van verschillende groottes, die vooral dansmuziek uitvoerden en voor vermaak zorgden aan de Italiaanse hoven. In de barokperiode kreeg het instrument geleidelijk een meer uitgesproken solistische rol.

In Emilia-Romagna - met centra als Bologna en Modena - ontstonden de eerste echte sonates voor cello. Kort daarna ontwikkelde zich de Napolitaanse school, waar de duimpositie werd geïntroduceerd, waardoor ook hogere registers bereikbaar werden. Pergolesi en Lanzetti, beiden opgeleid aan de Napolitaanse conservatoria, behoren tot de markante componisten en instrumentalisten van het begin van de 18e eeuw. Lanzetti bracht zijn expertise via Parijs naar Engeland en verbaasde in 1736 het publiek van het Concert Spirituel.

De cellosonate bereikte haar hoogtepunt met Boccherini. Net als Mozart en Haydn wordt hij beschouwd als een van de grote componisten van de klassieke periode. Samen met enkele andere cellisten legde hij de basis van de moderne cellotechniek.

Musici

  • Anna Liets - cello
  • Marie Ponseele - cello
  • Dominiek Riepe - klavecimbel

Programma

Muziek van G. B. Pergolesi, S. Lanzetti, A. Vivaldi en L. Boccherini.