Juli 2022
Fig.1

Fangufangu, Fiji, voor 1872 (03A13), inv.0133
Fig.2

Fluit, Nieuw-Caledonië, voor 1878 (03A13), inv.0364
Fig.3

Kaleleng, Luzon (Filipijnen), voor 1975, bruikleen van Fekke de Jager (29A11), inv. D2011.002.0015
Fig.4

Singapore. Sakay die neusfluit speelt, postkaart, Straits Settlements, na 1907, privécollectie
Fig.5

Filipijnen: Jonge muzikanten die met de mond en de neus spelen, postkaarten van de Missionarissen van Scheut, na 1907, privécollectie
Zeldzame traditionele instrumenten
Neusfluiten, aangeblazen via een neusgat zoals de naam doet vermoeden en niet door de mond, komen vooral voor in Zuidoost-Azië en op veel eilanden in Oceanië. Terwijl de muzikant met het ene neusgat blaast, blokkeert hij het andere met een vinger of met een plug van plantaardige oorsprong. Het traditionele gebruik van neusfluiten is zeldzaam geworden, maar kent desondanks een heropleving binnen bepaalde kleine bevolkingsgroepen.
Neusfluiten zijn meestal smalle bamboestengels; men gebruikt er de stukken tussen de knopen voor. In de knoop aan het ene uiteinde is een klein gaatje geboord waar men door blaast. In de buis wordt een wisselend aantal speelgaten en soms ook een duimgat geboord. De fluiten zijn vaak erg sober en niet versierd, maar sommige hebben inkepingen of met vuur gegraveerde decoraties. Andere fluiten hebben een aanblaasgat in de zijkant, dicht bij het gesloten uiteinde van de buis. Een grote en mooi versierde fluit van de Fiji-eilanden (fig.1, inv. 0133) is een model met meerdere gaten op gelijke afstand van elkaar. De buitenste gaten kunnen allebei gebruikt worden om in te blazen. In de praktijk geeft de muzikant de voorkeur aan één speelrichting.
Tussen twijfel en interpretatie
Hoewel sommige van deze instrumenten zonder twijfel neusfluiten zijn, worden andere - die eigenlijk met de mond worden aangeblazen - soms toch als neusfluiten beschouwd. In de inventaris van de eerste conservator van het MIM, Victor-Charles Mahillon, staan er zo enkele vermeld. Deze vergissingen zijn te wijten aan de zeer onvolledige en onnauwkeurige informatie waarover hij beschikte. Het is echter niet altijd zo eenvoudig, dus soms ontstaat er twijfel over of een fluit een neusfluit is of niet. Wanneer het aanblaasgat ver van het uiteinde van de fluit zit, is het erg moeilijk om dat te bepalen. Oude foto's zijn vaak niet erg duidelijk en we kunnen bijgevolg de techniek daar niet uit afleiden. De meeste oude foto's zijn niet spontaan maar geposeerd; bovendien speelt de muzikant vaak niet echt en is zijn houding dubbelzinnig. Het is dus niet mogelijk om met zekerheid te bepalen of we te maken hebben met een neusfluit, enkel op basis van de houding van de muzikant en de positie van de fluit.
Deze lange fluit uit Nieuw-Caledonië (fig.2, inv. 0364), gemaakt van een gebogen rietstengel met knopen die versterkt werden om te voorkomen dat ze barsten, is waarschijnlijk niet echt een neusfluit. Mahillon verwierf deze op een wereldtentoonstelling in Parijs en beschouwde ze als een neusfluit. Er is zeer weinig over geschreven en we weten niet hoe ze gebruikt werd. Foto's van dit type instrument tonen de muzikant ogenschijnlijk met gesloten mond, maar zijn neus lijkt ook niet tegen de fluit gedrukt. De fluit heeft slechts twee gaten, één aan elk uiteinde: het gat aan de breedste kant is het aanblaasgat, terwijl het andere gebruikt wordt om de toonhoogte te veranderen.
Tekst: Claire Chantrenne