PrintMail this page

Voetklavier

chordofoon

Dit voetklavier, een patent van de firma Derdeyn uit 1905, werd onder een rechte piano geschoven. Hiermee kon de pianist de noten van het lage registeren met zijn voeten spelen in plaats van met zijn handen. Het voetklavier is voorzien van zijn eigen snaren en hamertjes en ook van een klankblad dat onafhankelijk is van de piano waaraan het is toegevoegd. Met zijn lange en smalle eiken toetsen heeft het een bereik van dertig noten, van C tot f1 (Engelse notatie ; do1- fa volgens de Franse notatie; C2-F4 volgens de Amerikaanse notatie).

Orgels hebben al voetklavieren sinds de dertiende eeuw. In de baroktijd werden voetklavieren toegevoegd aan klavechords en klavecimbels zodat organisten konden oefenen zonder hulpje om de blaasbalgen te bedienen.  Bij piano's komen ze voor vanaf de achttiende eeuw. Zo had Mozart een pianoforte met voetklavier van Anton Walter. Voor dit instrument zou hij in 1785 het beroemde concerto in D mineur K466 geschreven hebben. In de negentiende eeuw wordt heel wat gecomponeerd voor het instrument, met name door Alkan, Schumann en Gounod.

De firma Derdeyn werd opgericht in 1846 in Roeselare door de muziekleraar, componist en pianist Louis Derdeyn (Ruddervoorde 1827 - Roeselare 1887). Ze had zoveel succes dat ze in 1878 een filiaal opende in Brussel. Na het overlijden van de stichter, werd de firma overgenomen door zijn zonen Albert en Louis. In 1905, het jaar van het patent op het voetklavier, behaalde ze een gouden medaille op de wereldtentoonstelling in Luik. De firma Derdeyn hield op te bestaan in 1959.

Pascale Vandervellen 

 

Media
Images: 
Voetklavier
Voetklavier, Louis Derdeyn, Roeselare, ca. 1905, inv. D2011.001