PrintMail this page

Tenorhoorn

aërofoon

In de loop van de muziekgeschiedenis zijn er heel wat muziekinstrumenten die zich in het midden situeren, tussen de melodie-instrumenten en de bassen. In de grote verscheidenheid van de blaasorkesten vond er eentje zijn vaste plek, vooral dan in de fanfares en brass bands naar Brits model. We kennen het instrument onder diverse namen: tenor horn, saxhorn alto, Althorn, E-flat horn..., en het is de vrucht van de verbeteringen voor de koperblaasinstrumenten die Adolphe Sax bedacht in de jaren 1840.

De Belgische bouwer, die in die tijd verhuisde naar Parijs, probeert de Franse militaire muziek te moderniseren. Hij perfectioneerde de grote familie van de bugels, instrumenten met een mondstuk en vrij brede conische boring, deze instrumenten worden later bekend als de 'saxhoorns' . Vooreerst verbeterde hij de ventielen, octrooi van 1843. Twee jaar later deponeerde hij een nieuw octrooi voor de 'saxotromba', een instrumentenfamilie met een bijzondere vorm. De benaming slaat zowel op de vorm als op de familie. Het paviljoen dat naar boven gericht is en de ventielen die evenwijdig lopen met dit paviljoen karakteriseren deze typische vorm. Hij kon ook worden toegepast op andere, reeds bestaande instrumenten: cornetten, trombones, hoorns en saxhoorns. De naar boven gerichte klankbeker was typisch voor de muzikanten van de cavalerie die op die manier beter te paard konden spelen. Feitelijk waren de instrumenten in het middenregister, die Sax tenor of alto noemde, saxotromba's en geen saxhoorns.  Ze hadden immers een smallere boring dan de saxhoorns. Desalniettemin werden alle instrumenten uiteindelijk 'saxhoorns' genoemd, om dan later toch nog te worden omgedoopt in tenor horn, euphonium, bombardon, bas, etc.

De saxhoorns werden snel geïntegreerd in de Franse militaire muziekkapellen en daarna ook in de burgerlijke fanfares in Frankrijk, België en Groot-Brittannië. Ze vormen de ruggengraat van de fanfares en vooral ook van de British-style brass bands.

De alt- of tenor saxhoorn/saxotromba in Es, of simpelweg de tenorhoorn, werd eerst enkel en alleen door Adolphe Sax gemaakt. Omdat de vraag echter zo groot was, gaf hij enkele andere bouwers de toelating om het instrument te maken, onder licentie. Eens het ontwerp vrij van rechten was, na 1865, werd het in talrijke landen nagebouwd. In België waren de firma's Van Engelen en Mahillon er als de kippen bij om de principes van Sax over te nemen.

Het huis Mahillon presenteerde een speciaal model van tenorhoorn op de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1867. Het instrument werd bedacht door Victor-Charles Mahillon die tien jaar later ons museum zal oprichten. De hoorn heeft vijf ventielen die dus extra combinatiemogelijkheden beiden en een juistere toon garanderen. Er is ook een bijzonder waterklepje voor de afvoer van condens: er zit een sponsje aan vast dat het vocht uit de adem van de muzikant opneemt, in alle stilte. Het is een uniek stuk, er werd er slechts één van gemaakt.  Mahillon zag echter af van de commercialisering van de hoorn omdat hij er inmiddels van overtuigd was dat 'een systeem,  hoe goed het ook werkt, dat veranderingen voorstelt aan de gewoontes van mevrouw Routine' niet aanslaat bij de muzikanten,  zoals hij zelf schrijft in zijn Catalogue descriptif et analytique du Musée instrumental van 1912.

Deze tenorhoorn van Mahillon is tentoongesteld in de vitrine van de saxhoorns en saxofoons van Adoplphe Sax, op de 2e verdieping van het mim.

Media
Images: 
Altsaxhoorn in es, Charles Mahillon, Brussel, 1866. Foto: MIM - A. De Knock
Altsaxhoorn in es, Charles Mahillon, Brussel, 1866. Foto: MIM - A. De Knock
Fig. 2 uit Adrien Lagard, Méthode de sax-horn (...), Parijs, A. Ikelmer, 1876