PrintMail this page

Sopraninosaxofoon

aërofoon

Wanneer Adolphe Sax (1814-1894) nadenkt over de creatie van zijn 'système d'instruments à vent, dits saxophones' -systeem voor blaasinstrumenten genaamd saxofoons-, heeft hij al een volledige familie van enkelrietinstrumenten in verschillende afmetingen met conische boring in gedachten. In zijn octrooi van 21 maart 1846, nr. 3226, beschrijft hij de verschillende leden van de saxofoonfamilie, hoewel hij van slechts twee instrumenten gedetailleerde tekeningen bijvoegt, die van de bariton en de bas. Sax concentreert zich aanvankelijk op de ontwikkeling van een instrument in het lage register met een mooie, krachtige maar homogene klank, over het hele bereik. De andere instrumenten worden vervolgens ontwikkeld in de jaren volgend op de octrooi-aanvraag.

Van laag naar hoog

We weten niet of Sax werkelijk de enorme contrabassaxofoon en bourdon die in het genoemde octrooi vermeld worden, heeft gemaakt. Wel weten we dat het prototype van de familie een bassaxofoon (in ut of si b) was, met een luchtkanaal van wel 3 meter. De bariton in mi b wordt onmiddellijk na het octrooi geproduceerd, de oudst bewaarde exemplaren van de saxofoon zijn dan ook van dit type. De tenorsaxofoon in si b, zoals hij vandaag genoemd wordt, is tot in de puntjes voorgesteld in een ander octrooi, aangevraagd in België in 1850; het instrument werd zeker gebruikt in 1853. De altsax in mi b is waarschijnlijk al vlug na de uitvinding gemaakt, zelfs al dateren de oudst bewaarde instrumenten van 1848. De sopraansax in si b wordt gecommercialiseerd in 1849.

 De sopraninosax

Klein duimpje van de saxfamilie (46 cm lang) is de sopranino in mib of in fa. Deze hoogste saxofoon gemaakt door Sax zelf, wordt vermeld in de herziene versie van Hector Berlioz' Grand Traité d'instrumentation die verschijnt in 1855. De componist van de Symphonie fantastique noemt zijn timbre 'penetrant'. Het instrument klinkt een octaaf hoger dan de altsax. In de tijd van Sax werd het wellicht niet in groten getale geproduceerd. De zeer zeldzame bewaarde exemplaren dateren van 1879-1880, dus ten tijde van het einde van de loopbaan van de bouwer.

We kennen slechts enkele voorbeelden van het gebruik van deze bijzondere saxofoon. Een hele tijd na de dood van Sax schrijft Maurice Ravel hem voor in zijn Boléro (1928). In de praktijk wordt hij echter vaak vervangen door een sopraansax, waarop de partij die Ravel voor de sopranino schreef ook zeer goed gespeeld kan worden.

De saxofooncollectie van het mim telt 48 instrumenten, naast een heleboel accessoires zoals bekken, ligaturen, rieten, kisten etc. Ze telt slechts één sopranino, naast 11 sopraansaxen, 18 alto's, 9 tenorsaxofoons, 7 baritons, 1 bas en 1 Swanee sax. Onze sopranino, het instrument van de maand,  zou wel eens kunnen gebruikt geweest zijn voor de première van de Boléro van Ravel. Hij dateert immers uit 1920 en draagt nog de signatuur van het huis Buffet Crampon, een gekende Parijse manufactuur gespecialiseerd in blaasinstrumenten en directe concurrent van de firma Selmer. Deze laatste zal in 1928-1989 de ateliers van de zoon van Adolphe Sax overnemen. Buffet Crampon stond toen onder leiding van Maurice Evette en Ernest Schaeffer, die een bedrijfje hadden opgericht in 1885 en een zekere bekendheid verwierven met hun saxofoons. Het merk op de beker van de saxofoon vermeldt dan ook  dat het gaat om een product van Evette & Schaeffer, 'ancienne maison Buffet Crampon & Cie ', waarnaar het monogram van de verstrengelde B en C dus verwijst.

Vandaag de dag wordt de sopranino maar beperkt gebruikt. Zeker in vergelijking met de sopraansax, die deel uitmaakt van het klassieke  saxofoonkwartet. Hij verloor ondertussen zelfs zijn statuut van hoogst klinkende sax, want er werd in het begin van de 21e eeuw ook nog een sopranissimo sax - of soprillo - ontwikkeld door de Duitse bouwer Benedikt Eppelsheim.

Jazzmen en -women als Anthony Braxton, Lol Coxhill, Carla Marciano, Wess Anderson (beluister zijn geïmproviseerde solo op Resolution van John Coltrane, vanaf 05:37), Christophe Monniot, Daniel Stokart spelen of speelden meer dan occasioneel sopranino, zelfs al was het niet hun hoofdinstrument.  Het blijft een nicheproduct en toch zijn er nog verschillende merken die het produceren. In het hoge register kan de sopranino erg scherp klinken, maar tegelijkertijd ook warm. Net zoals de andere formaten van de familie is het een instrument met zeer veel expressieve mogelijkheden, maar die hangen natuurlijk in grote mate ook af van de skills van de muzikant...

Géry Dumoulin

Vertaling Annelien Verbeeck

 

Opmerkingen bij de afbeeldingen

Het originele octrooi van de saxofoon staat op de site van het INPI (Institut national de la Propriété industrielle, in Parijs): voer ‘saxophone’ in, in het zoekveld ‘Mot du titre’ en klik dan op ‘Voir le dossier’ bij het octrooi van 1846.

Roscoe Mitchell met Ensemble of Chicago in Energimølla, tijdens Kongsberg Jazzfestival op 7 juli 2017. ©Tore Sætre / Wikimedia. Creative Commons Attribution ShareAlike 4.0.

 

Media
Images: 
Sopraninosaxofoon in mi b, Evette & Schaeffer, Parijs, 1920 (vooraanzicht)
Sopraninosaxofoon in mi b, Evette & Schaeffer, Parijs, 1920 (achterkant)
Sopraninosaxofoon in mi b, Evette & Schaeffer, Parijs, 1920 (merk vooraan)
Sopraninosaxofoon in mi b, Evette & Schaeffer, Parijs, 1920 (inscriptie achter)
Sopraninosaxofoon in mi b, Evette & Schaeffer, Parijs, 1920 (kist)
Sopraninosaxofoon in mi b, Evette & Schaeffer, Parijs, 1920 (octrooi)
Roscoe Mitchell met Ensemble of Chicago, Kongsberg Jazzfestival, ©Tore Sætre
External Video
See video
See video