PrintMail this page

Ratel

idiofoon

ratelAfkomstig uit de streek van de Beneden-Amblève; late 19e eeuw, begin 20e eeuw.

Bodemplank in linde- of populierenhout; steunen van de as in beukenhout; zwengel, as en rad in eikenhout.

Ratels komen voor in verschillende vormen. Deze is van het meest voorkomende type, met een steel als handvat en een lat die kleppert tegen een getand rad, wanneer de ratel wordt rondgedraaid.

De ratel heeft heel wat benamingen, die variëren van streek tot streek, en zelfs van dorp tot dorp. Brouya, carakète, cratchot, crinnète, rèkèkèk, rahia, tarata, ratata en tartèle zijn maar enkele van de vele namen die werden genoteerd in Wallonië. Vlaamse  namen zijn onder meer rekketekketek, rakkenjak, krakere, krekel en ratelaar. Het zijn bijna allemaal klanknabootsende benamingen.

Deze ratel werd aangekocht in Louveigné (Sprimont). Ratels werden vroeger gebruikt ter vervanging van de klokken om de gelovigen uit te nodigen tot de kerkdiensten van de Goede Week. Het is nog altijd zo dat de klokken voor het laatst geluid worden tijden het Gloria van de dienst van Witte Donderdag. Ze zwijgen dan tot het Gloria van de paaswake.

De klok werd gezien als een instrument met een bijzonder weldadige klank: het was de stem van God, de verklanking van de goddelijke bescherming van de gemeenschap. Van Witte Donderdag tot Stille Zaterdag herdenken de christenen het lijden en de dood van Christus. God is dan symbolisch afwezig in de wereld. Het zijn drie dagen van droefheid en rouw, drie dagen waarin de dood en het kwade het laatste woord lijken te hebben. De klok rouwt mee door te zwijgen. Vandaar de talloze tradities die vertellen dat de klokken op reis vertrekken, naar Rome bijvoorbeeld, vanwaar ze in triomf terugkeren tijdens de paasnacht om de verrijzenis van Christus aan te kondigen. Om te vermijden dat een of andere grappenmaker toch de klokken zou luiden, hing men vroeger de klokzelen op in de toren.  

Dit alles maakt duidelijk waarom de ratel zo'n belangrijke rol speelde in het vroegere klankuniversum. In de benauwende stilte van de klokken tijdens de drie dagen voor Pasen, werden de kerkdiensten aangekondigd door groepjes jongens, meestal misdienaars, die overdag met geratel en gezongen roepen langs de straten liepen, zoals in het luisterfragment. Dit knarsende staccato is helemaal het tegenovergestelde van de heldere galm van de klokken. Het nare geluid van de ratel klinkt als de dood. Er zijn zelfs kerkratels die helemaal zwart zijn geverfd, en versierd met een zilverkleurige kwast, zoals bij een katafalk.

Wanneer hun dienst er op paasdag op zat, liepen dezelfde jongens een laatste keer langs de straten, dit keer met een klokje. Ze gingen van deur tot deur met emmers water dat die ochtend gewijd was door de priester. Als beloning voor hun diensten kregen ze eieren of wat kleingeld van de mensen. De buit werd zorgvuldig verdeeld volgens leeftijd en inzet tijdens de drie dagen. Deze traditie is nu bijna helemaal verdwenen. Ze wordt nog maar in enkele dorpen in ere gehouden, met name in de streek van Bertrix (provincie Luxemburg).

De ratel werd niet alleen gebruikt in een liturgische of paraliturgische context. In de middeleeuwen moesten de melaatsen er zich kenbaar mee maken, ambulante venters  kondigden er hun komst mee aan, vogels werden er mee weggejaagd, en tijdens de oorlogen van de vorige eeuw werd er gasalarm mee gegeven. In onze tijd laten voetbalsupporters er zich nog mee horen. 

Stéphane Colin

vertaling Wim Bosmans

 

 

Media
Images: 
Kinderen met ratels, jaren 1970, Musée de la Vie régionale, Cerfontaine