PrintMail this page

mondharmonica

aërofoon

De Chromonica Toots' hard bopper is een mondharmonica van het Richtersysteem, genoemd naar de vermeende maar ook betwiste uitvinder, ene Anton of Josef Richter, over zijn voornaam zijn de bronnen het niet eens. Richter was een instrumentenbouwer in Haida (tegenwoordig Nový Bor) in Bohemen. Hij zou zijn systeem voor het eerst toegepast hebben rond het midden van de 19de eeuw.

Kenmerkend voor een Richterharmonica is dat hij maar één riet of stemtong heeft per toon. Elk windkanaal of cancel heeft een geblazen en een gezogen stemtong, die een verschillende toon geven, bijvoorbeeld (de blaastonen staan vetgedrukt ) do/re, mi/fa, sol/la, si/do.

In 1912 lanceerde de Duitse firma Hohner uit Trossingen (Baden-Württemberg) een eerste chromatische harmonica, die vanaf omstreeks 1925 chromonica werd genoemd. Op dit harmonicatype kunnen alle halve tonen gespeeld worden. Daartoe heeft het twee rijen cancellen. De onderste rij is een halve toon hoger gestemd dan de bovenste. Een schuifsysteem sluit altijd een van beide af. Door de schuifknop in te duwen gaat de onderste rij open en de bovenste dicht. Wanneer de knop niet is ingedrukt, gaat het net omgekeerd: de bovenste open en de onderste dicht.

In de loop der jaren bracht Hohner enkele speciale edities van de chromonica uit met de signatuur van een grootmeester van de harmonica. Zo kreeg ook Jean 'Toots' Thielemans in 1987 zijn signature series. Samen met Hohner ontwikkelde Toots Thielemans twee modellen met een specifiek gebruik: de Toots' mellow tone voor een warme balladeklank en deze Toots' hard bopper, volgens Toots het geknipte instrument voor uptemponummers in het blues-, rock- of jazzgenre. In zijn woorden: 'for when things get "heavier" around you!' Dat de hard bopper wat agressiever klinkt dan de mellow tone, ligt aan zijn iets dikkere stemplaten. Dat zijn de metalen platen met gleuven waarin de stemtongen zitten. De hard bopper heeft twaalf dubbele cancellen en 48 stemtongen voor drie volledig chromatische octaven.

Jean 'Toots' Thielemans (Brussel, °1922) is een selfmade-muzikant. Als scholier vermaakte hij zijn makkers op de speelplaats met zijn mondmuziekje. In zijn jonge jaren was hij zeer onder de indruk van harmonicasterren als de Amerikaan Larry Adler (1914-2001), zijn eerste idool, die vooral populair-klassieke muziek speelde, en de Nederlandse jazzmuzikant Max Geldray (1916-2004), die op het einde van de jaren 1930 veel optrad in Brussel.

Maar het was toch vooral Toots Thielemans die in de vroege jaren 1950 adelbrieven verleende aan het instrumentje waar jazzcats tot dan toe op hadden neergekeken. Thielemans begon zijn internationale carrière als gitarist, maar al in 1950 maakte hij in Brussel voor het Sphinx-label zijn eerste plaatopnamen op harmonica. Tot in de jaren 1970 zou hij zowat de enige jazzharmonicaspeler van betekenis blijven. Toots trad op en maakte opnamen met ongeveer alle jazzgroten van zijn tijd. Zijn harmonica is te horen in talloze films, reclamespots en tv-feuilletons. Zijn beroemdste compositie is de jazzstandard Bluesette uit 1962, een nummer dat hij oorspronkelijk floot en unisono begeleidde op gitaar.

Deze Toots' hard bopper, bouwjaar 2010, was een van de harmonica's die Toots Thielemans in het najaar van 2013 bespeelde tijdens de allerlaatste concerten van zijn carrière. In juni 2014 schonk Toots dit instrument aan het mim.

Media
Images: 
Toots Thielemans (c)Jos Knaepen
inv. 2014_402
inv. 2014_402 bovenaanzicht
inv. 2014_402 onderaanzicht
begeleidende brief