Print

Klavecimbel Ruckers-Taskin

chordofoon

Dit weelderige klavecimbel (inv. 3848) met dubbel klavier komt overeen met het instrument beschreven in de folder Affiches, annonces et avis divers van 23 januari 1777. Het werd daar te koop aangeboden door de 'sieur de la Chevardière, maître de musique' voor het astronomische bedrag van 260 louis, contant te betalen. In 1885 werd het instrument tentoongesteld op de International Inventions Exhibition in Londen. Het werd beschouwd als eigendom van koningin Marie-Antoinette en werd daar gepresenteerd als een klavecimbel uit de beroemdste dynastie van klavecimbelbouwers, de Antwerpse familie Ruckers. Deze prestigieuze afkomst werd echter ondermijnd door een recente studie die ontegensprekelijk heeft aangetoond dat het instrument Frans is, in plaats van Vlaams.

Het klavecimbel werd gebouwd rond 1695 en was oorspronkelijk uitgerust met drie rijen snaren (2x8', 1x4'), drie registers en twee klavieren met 55 tonen (G1, A1 - d3). De klankkast, ondersteund door een vergulde eikenhouten onderstel in Lodewijk XIV-stijl, is versierd met gevechtsscènes ter herdenking van de veroveringen van de Franse koning. Het toont de veroveringen van de steden Oudenaarde, Leau, Kortrijk, Charleroi, ... terwijl de binnenkant van het deksel een groep jagers toont in een heuvelachtig landschap. Deze uitzonderlijke decoratie is het werk van twee Franse meesters: Jean-Baptiste Martin (Parijs 1659-1735), bekend als Martin des Batailles, en Pierre-Denis Martin (1663-1742).

 

 

 

 

 

 

 

In de loop der eeuwen is het instrument veelvuldig aangepast. Rond 1750 onderging het een eerste bewerking waarbij het bereik van beide klavieren werd uitgebreid tot 58 tonen (F1 - d3). Waarschijnlijk werd het instrument in die tijd ook opzettelijk vervalst om een Ruckers klavecimbel te lijken: het oorspronkelijke klankblad werd vervangen door één dat samengesteld is uit planken van een oud virginaal en een oud klavecimbel en het werd versierd met bloemen- en fruitmotieven die ontleend zijn aan de catalogus van Ruckers: tulpen, slangenkruid  bosbessen, narcissen, klokjesbloemen, aardbeibloemen, viooltjes, lelies, rozen en lelies worden afgebeeld tussen enkele kersen, pruimen, perziken, aardbeien en eikels. Ook werden onder de nagemaakte rozet van Ruckers twee grote radijzen toegevoegd - patronen die de ongelijksoortige assemblage van de planken zorgvuldig maskeren.

Het instrument werd opnieuw aangepast in 1774, ditmaal door de beroemde klavecimbelbouwer en verantwoordelijke van muziekinstrumenten voor de Franse koning, Pascal Taskin (Luik 1723 - Parijs 1793). Om het instrument te 'moderniseren' werd het uitgebreid tot vijf volle octaven (61 tonen, F1 - f3) in overeenstemming met de instrumenten uit die tijd. Naast de versterking van de linkerzijde verving hij de versteviging van het klankblad en de kast en voegde hij een dokkenrij toe met lederen plectra en zes kniehevels om de verschillende registers te bedienen.

Maar in 1905, toen het klavecimbel in Frankrijk een heropleving kende, verwijderde de Parijse klavecimbelbouwer Louis Tomasini, die het instrument dichter bij het origineel wilde restaureren, enkele ingrepen van Pascal Taskin, met name de kniebeschermers, die hij verving door twee hendels die aan weerszijden van het stemblok werden geplaatst.

De laatste wijziging aan het instrument werd uitgevoerd door Frank Hubbard in Boston tussen 1951 en 1957. De Amerikaanse bouwer verving een dokkenrij,  en ook de plectra en enkele van de tongen. Hij verstevigde het klankblad, verving de bodem en voegde een bodemverankering toe.

Ondanks al deze ingrepen blijft het instrument één van de pronkstukken van de MIM-collectie! In 1996 onderging het, dankzij de financiering van de Koning Boudewijn Stichting, een nauwgezette restauratie, waarbij het onderstel en de geschilderde panelen werden behandeld, om het in zijn volle glorie te herstellen.

 

Pascale Vandervellen