PrintMail this page

Glazen mondstuk

aërofoon

Het instrument van deze maand is geen volledig muziekinstrument, maar een klein onderdeel dat onontbeerlijk is voor het functioneren ervan. Het gaat om een mooie embouchure of mondstuk voor een cornet, vervaardigd in glas. De mondstukken voor instrumenten van de familie van de koperblazers zijn doorgaans verwisselbaar en meestal van messing gemaakt - dat wordt wel eens verzilverd, verguld of vernikkeld - maar andere materialen komen ook in aanmerking: hout, been, ivoor, plastiek en glas zijn de meest courante alternatieven.

Een object dat 'buzz' veroorzaakt

Bij de koperblazers - de 'labrosonen' of aërofonen met liprieten -, moeten de lippen gemakkelijk tegen het mondstuk geplaatst kunnen worden zodat de muzikant ze vlot kan laten trillen. De 'buzz' die zo ontstaat brengt de luchtkolom in het instrument in beweging; zo produceert hij de klanken. Het mondstuk is de onontbeerlijke interface tussen de muzikant en zijn instrument. De eigenschappen van het mondstuk beïnvloeden het spel en de klank: de vorm en de afmetingen van de beker, randen, de stift, de boring (het kleine gaatje van de beker naar de stift) interageren met de muzikant en het instrument. Het materiaal speelt hier een kleinere rol, daar speelt eerder persoonlijke voorkeur. Het mondstuk wordt door een koperblazer vaak met veel zorg uitgekozen.

Glas of kristal?

Vooral in de 19e eeuw werd glas gebruikt in de instrumentenbouw, vooral door de beroemde Parijse fluitbouwer Claude Laurent (een voorbeeld van zijn 'kristallen' fluit is te zien in dezelfde vitrine). Eén van zijn leerlingen en zijn opvolger vanaf 1848, Joseph-Dominique Bréton (1814-1874), specialiseerde zich ook in glazen fluiten, maar was tegelijkertijd een gereputeerde maker van kleppen en mondstukken voor verschillende types van blaasinstrumenten. In 1858 deponeerde hij een octrooi voor 'verbeteringen van mondstukken voor blaasinstrumenten, in het algemeen' en in het bijzonder voor glazen mondstukken. Deze werden vervaardigd met behulp van metalen mallen. Het merendeel van wat hij produceerde werd geëxporteerd. Hoewel verkocht als 'kristal', gebiedt de eerlijkheid ons te vermelden dat het mondstuk 2755-49 van glas is, een geen puur kristal is in de fysisch-chemische zin. Door het hoge loodgehalte blinkt het meer en is het transparanter dan gewoon glas. Het is dan ook gemakkelijker te bewerken dan kristal.

Opgelet, breekbaar fragile !

Het voordeel van glas, naast het esthetische aspect, is het speelgemak en een snelle aanpassing van de temperatuur, maar ook dat de vochtigheid geen invloed heeft op het materiaal. Breton benadrukt ook het hygiënische karakter van glas (al wordt algemeen aangenomen dat lood niet bevorderlijk is voor de gezondheid). Een glazen mondstuk is echter ook erg breekbaar. Kobalt oxide zorgt voor de blauwe tint van het mondstuk dat lichtjes gesculpteerd is en op een verzilverde messing stift (buisje dat in het instrument schuift) zit. Om het mondstuk op te bergen leverde Bréton een etui met twee uitsparingen voor mondstukken. Wellicht glipte het tweede op een slechte dag uit de handen van de onfortuinlijke eigenaar...

Tekst: Géry Dumoulin

Bibliografie

Frans octrooi n° 37187 du 25 juin 1858, mémoire descriptif.

Montserrat Gascón Castillo, Une flûte en cristal. Les flautes de vidre de Claude Laurent (1774-1849), Barcelona, Universitat autònoma de Barcelona, doctoraatsverhandeling, 2017, p. 103.

Media
Images: 
Glazen mondstuk, J.D. Breton, Parijs, rond 1860 (inv. 2755-49)
Glazen mondstuk, J.D. Breton, Parijs, rond 1860 (inv. 2755-49)
Glazen mondstuk in het originele kistje (inv. 2755-49)
Glazen mondstuk van Bréton op een cornet van Adolphe Sax tijdens de expo SAX200