PrintMail this page

Elektrostatische orgels van Dereux

elektrofoon

Het mim is in het bezit van drie elektrostatische orgels van de Franse ingenieur Jean-Adolphe Dereux (1896-1968). De twee grootste exemplaren hebben twee manualen en een pedaal (nrs. 2016.0098.001 en 2018.0079.001), het kleinste instrument (nr. 2016.0098.002) heeft een klavier en met de pedalen regelt de muzikant het volume (afb. 1a en 1b). De drie orgels zijn een schenking van Pieter de Jong, die ze restaureerde en speelbaar maakte.

De toenmalige elektronische orgels achtte Dereux niet voldoende in staat om de klanken van het pijporgel na te bootsen. Hij ontwikkelde daarom een systeem om de timbres van bestaande orgelpijpen te visualiseren en hun klanken elektronisch zo natuurlijk mogelijk te laten klinken. Dit resulteerde in het elektrostatisch orgel dat Dereux ontwikkelde in de eerste helft van de jaren 1950.
Bij Dereux' elektrostatische orgels ontstaat de klank door de stroom die opgewekt wordt via een generator waarin een bewegende schijf tussen twee vaste schijven draait (afb. 2a). Op die vaste schijven staat informatie, namelijk klankdiagrammen.        
Door gebruik te maken van een oscillograaf maakte Dereux van de trillingspatronen van orgelpijpen oscillogrammen. Niet om het even welke orgelpijp kwam in aanmerking. Dereux ging op zoek naar de pijpen met de beste kwaliteit en vond die in de orgels van de Franse orgelbouwer Cavaillé-Coll.               
Op basis van die oscillogrammen ontstonden er fotografische opnames van de klanken (diagrammen). Dereux slaagde er op die manier in om van elke van de twaalf tonen 24 verschillende orgelregisters vast te leggen, in zeven octaven. De diagrammen rangschikte hij minutieus op een schijf. Die was weliswaar te groot om in een instrument te verwerken en moest fotografisch verkleind worden tot een negatief cliché, dat op zijn beurt door fotogravure werd gereproduceerd tot een bruikbare grootte.
Deze tooninformatie wordt nu aangebracht op een van de twee vaste schijven van de generator, namelijk de zilverzijde (harde plastic met opgedampt zilver). De andere vaste schijf, de koperzijde, is de verbinding met de schakelkast en de registers. Tussen beide vaste schijven draait een bewegende schijf (de aftastschijf), bestaande uit een aantal aftaststralen van zilverfiligraan (afb. 2a en 2b). Telkens wanneer zo'n straal langs een diagram beweegt, is er een (elektrostatische) stroomopwekking. Die stroom wordt dan alleen naar de versterker (en de luidspreker) gestuurd als de organist een of meerdere registers heeft ingeschakeld en een toets indrukt.
Aangezien ons toonstelsel twaalf tonen telt, heeft elke toon in een Dereux-orgel zijn eigen generator (afb. 3). Ze zijn allemaal identiek en worden aangedreven door dezelfde aandrijfriem. Het feit dat ze toch allemaal aan een verschillende snelheid draaien, heeft te maken met de verschillende diktes van de aandrijfassen.      
De Dereux-orgels hebben geen ingewerkte luidspreker. Om het maximaal effect van de akoestische orgelpijpen na te bootsen, is een speciaal voor die orgels ontwikkelde (externe) luidspreker ontworpen. Die is voorzien van resonantiekasten. Ze hebben de vorm van een kolom met een dubbele opening en worden op de luidspreker gemonteerd (afb. 4a en 4b).

Het mag niet verbazen dat de orgels van Dereux het beste geschikt waren om in kerken te bespelen, en dan vooral de grotere orgels met twee manualen en een pedaal (afb. 5). Verkoopcatalogi lieten er geen twijfel over bestaan dat de kerkfabrieken en/of priesters hun potentiële klanten waren. De voordelen ten opzichte van een pijporgel waren, volgens de verkopers, legio:"... onderdelen geheel niet onderhevig aan slijtage ... gemakkelijk te onderhouden ... geen gevaar op schade door de verwarmingssystemen in de kerken ... de houtsoorten [van de kast] hebben een speciale behandeling ondergaan ... onmogelijk dat het Dereux-orgel ontstemd raakt, zijn harmonisatie is absoluut constant ... gemakkelijk te plaatsen op de smalste doksalen [en] in flats en huizen van normale afmetingen ... het elektrostatisch orgel kost ongeveer een vijfde van een pijporgel." (De prijs bedroeg in ca. 1960 toch nog 150.000 Belgische frank, een niet onaardig bedrag.) 
Als deze argumenten de potentiële koper nog niet over de streep konden halen, werd als ultiem verkoopargument God er bij gehaald: "Eindelijk is het een grote kreatie van de menselijke geest die ten dienste van God en dan de mensen gesteld wordt, daar het deze laatsten helpt om hun gedachten tot God, en tot de schoonheden van de Kunst te verheffen."                  

Afbeeldingen

1a Elektrostatisch orgel, Jean-Adolphe Dereux, Parijs, 1953, inv. 2016.0098.002             

1b Het klavier telt 5 octaven maar kan uitgebreid worden naar 5 ½ octaven als het via de onderkant gekanteld en een toets (een halve toon) verschoven wordt. Op die manier is transponeren mogelijk.

2a Twee afbeeldingen uit verkoopcatalogi van de twee vaste schijven en de draaiende aftastschijf

2b De aftastschijf (boven) en een vaste schijf (onder)

3 Toongeneratoren

4 a & b Luidspreker (onderkant)

5 Elektrostatisch orgel, Jean-Adolphe Dereux, Parijs, 1973, inv. 2016.0098.001

 

Media
Images: 
1a Elektrostatisch orgel, Jean-Adolphe Dereux, Parijs, 1953, inv. 2016.0098.002
1b Elektrostatisch orgel, Jean-Adolphe Dereux, Parijs, 1953, inv. 2016.0098.002
2a Twee vaste schijven en de draaiende aftastschijf
2a Twee vaste schijven en de draaiende aftastschijf
2b De aftastschijf (boven) en een vaste schijf (onder)
3 Toongeneratoren
4a Luidspreker
4b Luidspreker
5 Elektrostatisch orgel, Jean-Adolphe Dereux, Parijs, 1973, inv. 2016.0098.001