PrintMail this page

Clavioline

elektrofoon

De clavioline is een monofoon, elektronisch muziekinstrument en wordt beschouwd als een van de voorlopers van de synthesizer. De Franse ingenieur Constant Martin (1910-1995) is de uitvinder.

Martin legde zich na zijn ingenieursstudies toe op het ontwikkelen en commercialiseren van radio-ontvangers en hij experimenteerde met elektronisch opgewekte tonen. Dit laatste leidde begin jaren 1940 tot de constructie van een elektronisch orgel en elektronische klokken, die bij de bevrijding van Versailles te horen waren in de toren van het stadhuis.

Zijn belangrijkste verwezenlijking was echter de clavioline. Op 3 mei 1947 poneerde Martin een patentaanvraag bij het Ministère de l'industrie et du commerce (Frankrijk) voor een 'instrument de musique électronique', alias de clavioline. Het patent (nr. 946.629) werd uitgereikt op 27 december 1948 en gepubliceerd op 9 juni 1949. De firma Selmer was al bevoorrechte partner aangezien een foto van een Selmer-clavioline op het patent staat afgebeeld. Later liet Martin het instrument onder licentie ook door andere firma's bouwen. Naast Selmer in Parijs (Société Le Clavioline) en Londen (Selmer London) werden er ook in de VSA (Gibson Standard Model), Duitsland ('Bode Clavioline', 'Tuttivox',  en 'Jorgenson Clavioline') en Italië ('Ondiola') claviolines gebouwd op basis van Martins patent. Die praktijk was in die tijd niet ongewoon en het hielp het instrument uiteindelijk aan de nodige populariteit. In 1949 bouwde Martin ook een prototype van een 'clavioline duophone', een instrument dat twee noten tegelijk kon laten klinken. Dit model werd echter nooit gecommercialiseerd. 

De clavioline bestaat uit twee delen (zie afb. 1): het klavier met de klankgenerator en het controlepaneel enerzijds, en de buizenversterker met luidspreker anderzijds. Beide zijn verbonden met een kabel. Onder het klavier is ook nog een kniehendel bevestigd om het volume te regelen (zie afb. 2), in een verkoopscatalogus van Selmer Londen 'the soul of the clavioline' genoemd. Oorspronkelijk was het de bedoeling om het klaviergedeelte van de clavioline (rechts)onder het klavier van een (vleugel)piano te bevestigen. Met de rechterknie was het dan mogelijk om het volume aan te passen (cfr. filmpje), maar geoefende muzikanten hadden de techniek dermate onder de knie dat ze er ook in slaagden om staccato-effecten te bekomen. Je kon er ook voor kiezen om de clavioline op een voet te zetten, ook al waren die niet bij alle merken even stabiel.

36 toetsen (3 octaven) is het bereik, van F tot e''. Maar je kan uitbreiden naar 5 octaven, door langs bas- en discantzijde een octaaf toe te voegen. Dit is mogelijk door een van de twee kleine hendeltjes die zich onder de merknaam bevinden naar links (bas) of rechts (discant) te verschuiven (zie afb. 3). Aan de zijkanten van het instrument bevinden zich kleine potentiometers om het instrument te fine tunen (zie afb. 4).

Frontaal zien we 18 ('register')knoppen (zie afb. 2). 14 dienen om de klankkleur te veranderen. Die zijn genummerd van 1 tot 9, aangevuld met de 4 filter coils O, A, B en V, en P (Percussion/Attack).  De overige 4 knoppen (vibrato I-III en amplitude+) zijn er om de vibrato te beïnvloeden. Op afbeelding 5 zien we een schema dat Selmer zelf aanreikt om de bekende timbres van akoestische instrumenten na te bootsen.

De basisklank (en -timbre) van de clavioline -  bekomen wanneer alle knoppen uitgeschakeld zijn - laat zich grafisch afbeelden als een blokgolf (square wave; eigenlijk heeft het eerder een trapezodiale vorm, lijkend op een blokgolf). Het register van de trompet is gebaseerd op deze klank, aangevuld met extra vibrato (zie afb. 5). De andere klanken/timbres vertrekken van deze basisklank met de toepassing van high- en low-pass filtering. Maar wat de klank van de clavioline ook zeer uniek maakt - en tegelijk moeilijk te imiteren op hedendaagse synthesizers - is de versterker. Bij Selmer verwoordden ze het als volgt: "The amplifier is an unusual type insofar as a large amount of distortion is deliberately obtained. This distortion is used to further modify the signal and contributes in no small measure toward the construction of the authentic tone. The Amplifier is, therefore, an integral part of the instrument"

Het mim bezit twee claviolines, de nummers 1995.033 en 2018.0134. Het eerste instrument staat tentoongesteld in het museum, maar is niet bespeelbaar. Deze clavioline werd gebouwd door de Société Le Clavioline (Type CM, serie 1, nr. 768). Het exemplaar dat we vorig jaar aankochten (2018.0134), werd vakkundig gerestaureerd door Daniel Kitzig. Het is een Selmer clavioline Type A - 'Auditorium' met serienummer 450, gemaakt in Londen. Het auditoriummodel is het standaardtype van Selmer, later volgde nog de Selmer Clavioline Concert. Eind 1962 lanceerde Selmer ook nog een Concert Reverb model. Niettegenstaande het extraatje met de nagalm (reverb), kende dit model geen succes.

Klinkt de clavioline u bekend in de oren? Dit is niet vreemd aangezien het instrument relatief bekend was in de populaire muziek. Dit was oorspronkelijk niet Martins plan. De clavioline was bedoeld als begeleidingsinstrument omdat de timbres, voor die tijd, goed aanleunden bij de akoestische originelen. Maar het waren niet de voorgestelde knoppencombinaties die het instrument zo aantrekkelijk maakten. Het was de mogelijkheid om als muzikant zelf aan de slag te gaan en eigen klanken te creëren, die aanstekelijk werkte. En dat heeft uiteindelijk geleid tot het gebruik van de clavioline in de popmuziek, hoofdzakelijk in de jaren 1960.

Twee nummers springen er uit: Telstar van The Tornados (1962) en Baby, you're a rich man van The Beatles (1967). Bij Telstar is het de prominente melodie (gespeeld door de clavioline) die zich als een oorwurm in ons hoofd nestelt. In Baby, you're a rich man bootst de clavioline  een shehnai na (een Indiase hobo) en klinkt ze alternerend met de stem. Het nummer verscheen als b-kant van de All you need is love single en volgens de rockjournalist Gordon Reid was het omwille van de clavioline dat het nummer enige bekendheid genoot: "it was for John Lennon's possibly drug-induced experiments on the clavioline that it is best remembered, with one apocryphal story suggesting that he created its memorable wail by rolling an orange up and down the keyboard!"[1]

Dat de clavioline bespeeld werd in het nummer Telstar is niet zo verbazend. De titel van het nummer verwijst naar de satelliet "Telstar". Dit was de eerste, door de Amerikanen gelanceerde, communicatiesatelliet die (onder andere) moest zorgen voor de trans-Atlantische transmissie van live tv-beelden. In die geest van technologische exploratie kon de clavioline niet ontbreken in een muziekgenre dat in volle ontwikkeling was, de pop- en rockmuziek.

Werd de clavioline bij The Tornados eerder occasioneel gebruikt, dan was dat niet het geval bij de Nederlandse band The Hurricane Strings. Net als The Tornados zagen ook zij begin jaren 1960 het levenslicht en speelden ze instrumentale muziek.  Maar bij The Hurricane Strings maakte de clavioline deel uit van het vast instrumentarium. Ook op veel officiële bandfoto's ontbrak het instrument niet (zie afb. 6). Hetzelfde gebeurde bij de Maylegends, met Byron Elwell als claviolinist. Laatstgenoemde liet het volgende optekenen toen hij Telstar (en de clavioline) had gehoord:"It blew me away when I first heard it ... It sounded like something between a wailing cat and a distorted keyboard. I thought, 'I've got to create that sound'."[2] 

Om het verhaal van The Tornados volledig te maken, willen we u dit fait divers niet onthouden. Gitarist bij The Tornados was George Bellamy. Dit is de vader van Matthew Bellamy, de frontman van de rockband Muse. De gitaarklank in het nummer Knights of Cydonia (2006) verwijst direct naar de clavioline in Telstar. En de opbouw van Knights of Cydonia is te vergelijken met Ridin' the Wind (1963) van The Tornados, een nummer geschreven door George Bellamy.

Toch was de clavioline ook al voor The Tornados bekend. In 1953 kon je ze al horen in Frank Chacksfield's Little Red Monkey en in de science-fiction trilogie Journey into Space die op de BBC te horen was. In 1954 dook de clavioline zelfs op in de Bollywoodproductie Nagin om er de slangenbezweerdersmelodie man dole mera tan dole mere dil ka gaya karar op zich te nemen. In de kunstmuziek dook ze op in Microcosmos (voor clavioline, gitaar, zingende zaag, vibra- en xylofoon, slagwerk en piano; 1957) van de Japanner Toshiro Mayuzumi. In Runaway en Hats Off to Larry van Del Shannon (1961) hoor je de clavioline soleren. Al moet hier zeker vermeld worden dat het gaat om een ingrijpend aangepaste clavioline, door de muzikant Max Crook 'Musitron' gedoopt. Tenslotte - en dan zijn we al tweede helft jaren 1960 - vermelden we nog de albums The Magic City (1966), The Heliocentric Worlds of Sun Ra - Volume Two (1966) en Atlantis (1967) van de jazzmuzikant Sun Ra.

Maar niettegenstaande de uitzonderlijke klankkwaliteiten van de clavioline zag de toekomst er niet rooskleurig uit. En dit had heel veel te maken met de ontwikkeling en de commercialisering van de eerste synthesizers in de tweede helft van de jaren 1960, in het bijzonder de exemplaren van de hand van Robert Moog.


[1] https://www.soundonsound.com/reviews/story-clavioline

[2] https://medium.com/collectors-weekly/the-otherworldly-sounds-of-the-clavioline-from-musical-saw-to-wailing-cat-26d0969e5605

 

Bibliografie

Ben Marks, The Otherworldly Sounds of the Clavioline, from Musical Saw to Wailing Cat, in Collector's Weekly: https://medium.com/collectors-weekly/the-otherworldly-sounds-of-the-clavioline-from-musical-saw-to-wailing-cat-26d0969e5605

Constant Martin, La musique électronique, Parijs, 1950.

G.H. Hillier, The Clavioline, in Electronic Engineering, vol. 24, nr. 296, 1952, p. 454-5.

Gordon Reid, The Story of the Clavioline, 2007, in Sound on Sound: https://www.soundonsound.com/reviews/story-clavioline.

Brevet d'invention, nr. 946.629, gepubliceerd op 9 juni 1949.

Media
Images: 
Clavioline, Selmer, Parijs, 1949, inv. 2018.0134
Kniehendel en registerknoppen, Clavioline, Selmer, Parijs, 1949, inv. 2018.0134
Transpositiehendeltjes, Clavioline, Selmer, Parijs, 1949, inv. 2018.0134
Fine tuners, Clavioline, Selmer, Parijs, 1949, inv. 2018.0134
Table of stops, Selmer London (bron: http://www.chestnutbankproductions.co.uk)
The Hurricane Strings (bron: http://manzerock.blogspot.com)