PrintMail this page

Chinese duivenfluitjes

aërofoon

Het mim bewaart twee sets van Chinese vogelfluitjes : een set van vier geschonken door Victor Charles Mahillon voor 1896 (inv. 0707-0710) en een set van 12 geschonken door de Chinese Keizerlijke overheid, na de Exposition Internationale in Luik in 1905. Van de eerste  set van vier hebben we geen informatie over de herkomst.

De fluitjes worden vastgemaakt aan de rug van duiven zodat de lucht er in stroomt tijdens de vlucht van de vogels. Doorgaans worden ze gemaakt van kleine kalebassen of bamboebuisjes, bedekt met afgeschuinde bamboedekseltjes. Soms wordt er zelfs hoorn gebruikt en tegenwoordig ook plastiek. Sommige zijn erg eenvoudig, met slechts één kalebasje of twee buisjes, maar er zijn er ook die een bijzondere vorm hebben en tot 25 pijpjes met verschillende klanken tellen. Ze mogen echter niet zwaarder wegen dan enkele grammen om de vlucht van de vogel niet te hinderen.

De catalogus van de expo van Saint-Louis (Missouri, USA) in 1904 beschouwt deze fluitjes als speelgoed, terwijl die van Luik spreekt over bimbeloterie, snuisterijen dus. In beide catalogi wordt echter beschreven dat het geluid dat ze produceren dient 'om de vogels  te beschermen tegen roofvogels, die talrijk zijn in het Noorden'.

Naar deze beschermende functie wordt wel vaker verwezen, misschien is het zelfs de reden waarom ze bedacht werden. Gaandeweg neemt het sonore en esthetische plezier dat deze objecten teweeg brengen echter de bovenhand en bijvoorbeeld in Peking, was het lange tijd een erg vertrouwd geluid. Vooral in deze stad en in het noorden van China was dit gebruik algemeen, maar A.C. Moule merkte het ook op in Hangzhou.

Op de duivenmarkt van Peking verkocht men een 30 à 40 verschillende modelletjes die dus veel meer konden dan louter de vogels beschermen. De bouw van de fluitjes was een ambacht, en tegelijkertijd een vrijetijdsbesteding voor gepassioneerde amateurs, er zijn zelfs boeken aan gewijd. Met de komst van steeds meer buitenlanders in China in de 19e eeuw werden ze ook steeds populairder als souvenir, want klein en dus makkelijk mee naar huis te nemen, net zoals de miniatuurvolgelkooitjes. In Europese tijdschriften worden ze vanaf die tijd dan ook beschreven en afgebeeld.

Victor Mahillon, eerste conservator van het mim, gebruikte de internationale tentoonstellingen om de collectie van het mim te verrijken. Hij verwierf talrijk Chinese instrumenten die te zien waren op de Luikse expo van 1905. Mahillon kende onze landgenoot Jules Van Aalst sinds lange tijd, deze werkte voor de douane en de post van het Keizerrijk. Van Aalst was de commissaris van de Chinese afdeling in Luik en dankzij zijn bemiddeling kwamen er heel wat van de tentoongestelde instrumenten in onze collectie terecht. Enkele van deze instrumenten dragen nog het etiket van de tentoonstelling in Saint-Louis, waar ze het jaar voordien te zien waren. 12 van de in totaal 23 duivenfluitjes, afkomstig uit de stad Tientsin (Tianjin) vonden zo ook hun weg naar het mim.

Foto van duif en schema's:Wang Shixiang, Beijing pigeon whistles, Shenyang, 2000

 

Media
Images: 
Duivenmarkt in Beijing, oude ansichtkaart
Duivenfluitje - inv. 0710
Duivenfluitje - inv. 2164-03
Duivenfluitje - inv. 2164-07
Duivenfluitje - inv. 2164-10
Duif in rust met een fluitje
Schema van een duivenfluitje
Schema van een duivenfluitje
External Video
See video
Disclaimer: 
Interview van Zhang Bao-tung door More China