PrintMail this page

Barokgitaar

chordofoon

Waar de gitaar oorspronkelijk vandaan komt is niet zeker maar het instrument kreeg zijn huidige vorm in het begin van de 16e eeuw.

De gitaren uit de 16e en 17e eeuw verschillen sterk van de huidige, moderne gitaar. Zij hadden een platte of bolvormige rug en snaren die gegroepeerd werd per paar en dubbelkorige snaren vormden. Tot de 18e eeuw bestonden vier- en vijfkorige gitaren naast elkaar. Door het gebruik van lichte materialen lijkt de bouwwijze van de barokgitaar meer op die van de luit dan op die van de moderne gitaar.

In de 16e eeuw werd de polyfonische muziek opgeluisterd door de luit. Dit delicate instrument was erg geschikt om alle subtiele klanken van de verschillende stemmen van een muziekstuk te vertolken.  

Vanaf het begin van de 17e eeuw, werd deze esthetische muziekstijl meer en meer verrijkt met geschreven akkoorden. In deze evolutie heeft de gitaar blijkbaar een niet te negeren rol gespeeld. Door het gebruik van verschillende variatiemogelijkheden en schakeringen en een mengeling van akkoorden (rasguado) en melodieën (punteado), was een erg expressief gitaarspel mogelijk. Gitaarmuziek werd dikwijls geschreven in een specifieke notatie: de alfabeto. De alfabeto duidt aan welk akkoord moet gespeeld worden maar laat de muzikant zelf beslissen op welke manier hij de noten gaat spelen. In de 17e eeuw was de gitaar een instrument dat gebruikt werd voor improvisatie. Het gitaarrepertoire was dan ook erg uitgebreid: dansen, begeleiding van vocale werken, virtuoze stukken.

De typische stemming van de barokgitaar (re-entrant tuning) vergemakkelijkte de wisselwerking tussen melodie, polyfonie en akkoorden. De mooie muziek, die geschreven werd voor oude gitaarmodellen, kan eigenlijk niet tot zijn recht komen wanneer ze geïnterpreteerd wordt op een moderne gitaar.

De gitaar blijkt erg populair geweest te zijn in gans Europa. Door zijn succes bij het grote publiek keken sommige auteurs uit die tijd neer op het instrument en verkozen zij de luit. De aristocraten echter minachtten het instrument niet: Charles II van Engeland en Louis XIV waren enthousiaste gitaarspelers. Ook de grote meesters uit die tijd, zoals Francesco Corbetta, Gaspar Sanz of Robert de Visé, gaven de voorkeur aan de gitaar en openden zo de weg naar het romantische repertoire.

De gitaren, gebouwd door Matteo Sellas, René en Alexandre Voboam, Joachim Tielke en Antonio Stradivarius, die dikwijls rijkelijk versierd waren, getuigen van het aanzien voor het instrument in de welgestelde kringen. Het instrument dat hier wordt voorgesteld is daar een goed voorbeeld van.

Beschrijving

Gitaar inv.nr. 0550 werd in 1879 aangekocht door de eerste conservator van het Brusselse Muziekinstrumentenmuseum bij de bekende snaarinstrumentenbouwer Auguste Tolbecque.  Op de snarenhouder staat de inscriptie 'Matteo Sellas / alla Corona in / Venetia'. Matteo Sellas was een van oorsprong Duitse muziekinstrumentenbouwer die in de eerste helft van de 17e eeuw werkte in Venetië. Het instrument heeft vijf dubbelkorige snaren en tien stempennen.

Hoogte: 87.5 cm

Breedte: 26 cm

De rug van het instrument is gemaakt van houten ribben met daartussen ivoren repen. Op het klankblad zit een rozet uit lood. Deze rozet is niet origineel. Ze is gesigneerd 'H H' en is waarschijnlijk afkomstig van een klavierinstrument van Henri Hemsch. Rond de loden rozet zit een inlegwerk uit ivoor en ebbenhouten (Mahillon) of zwarte pasta (Awouters). De hals is versierd met ivoren plaatjes die twee fabels van Phaedrus voorstellen: de Wolf en de Kraanvogel en de Vos en de Ooievaar. De achterzijde van de hals is gemaakt van een inleg van ivoor en ebbenhout (Mahillon) of zwarte pasta (Awouters).

Deze gitaar werd op een bepaald ogenblik omgebouwd tot een chitarra battente, met een brug die niet vastgelijmd was en snaren die bevestigd waren aan de onderzijde van de klankkast. De hals werd toen ingekort en heeft sindsdien haar lengte behouden. De originele hals moet langer geweest zijn. Vooraleer de gitaar in het museum terecht kwam werd hij opnieuw omgebouwd naar een klassieker instrument met vastgelijmde brug. Deze laatste ombouwing was waarschijnlijk het werk van Tolbecque. Radiografieën tonen aan dat er in de loop der jaren belangrijke aanpassingen gebeurd zijn aan het instrument. De uiterlijke kenmerken zijn echter typisch voor de opmerkelijke bouw van barokgitaren en in het bijzonder die van Matteo Sellas.

Bibliografie

Victor-Charles Mahillon, Catalogue descriptif et analytique du Musée Instrumental du Conservatoire Royal de Musique de Bruxelles, i, Gand, 1893

Exposiçao Internacional de Instrumentos Antigos, V Festival Gulbenkian de Musica, Lisbonne, 1961, n°39

Instruments de musique des XVIe et XVIIe siècles, catalogue de l'exposition du Musée Instrumental de Bruxelles en l'Hôtel de Sully, Paris, juin 1969, s.l., 1969

V. Depiereux-Devresse, La guitare: formes, structures interne et externe, décorations. Catalogue analytique et descriptif des guitares du Musée Instrumental de Bruxelles, Mémoire présenté pour l'obtention de la licence en Archéologie et Histoire de l'Art, Louvain-la-Neuve, Université catholique de Louvain, 1984

M. Awouters, "Befaamde barokgitaren uit de verzameling van het Brussels Instrumentenmuseum", Musica Antiqua, 3/3, 1986, p. 74

Media
Images: 
Gitaar, Matteo Sellas, Venetië, ca 1640
Gitaar, Matteo Sellas, Venetië, ca 1640
Gitaar, Matteo Sellas, Venetië, ca 1640
Gitaar, Matteo Sellas, Venetië, ca 1640